Logo Parochie

 

R.-K. Parochie
HH. Paulus en Ludger

St. Helena | Aalten

FacebookTwitterGoogle Bookmarks

 

 


1 december 2021, nieuwe regels bisdom rondom corona

Alle vieringen en bijeenkomsten na 17:00 uur komen te vervallen vanaf nu tot en met 2 januari 2022. Begin volgende week volgt nadere berichtgeving rondom de vieringen met Kerst en Oud en Nieuw.
Zie hier het bericht van de bisschoppen

Wie op een wandeling de Dijkstraat te Aalten passeert, hetzij inwoner van ons dorp, hetzij vreemdeling, zal, wanneer hij ter hoogte van de R.K.-kerk gekomen is, onwillekeurig de gedachte in zich voelen opkomen: “Wat ligt die kerk daar mooi, wat een aardig complex”. Inderdaad is het een van de mooiste plekjes van ons dorp. Iets aantrekkelijks ligt er in ’t geheel, zooals het daar voor ons ligt. Hier is frischheid, bevalligheid, eenvoud en orde, hier is schoonheid. En wie de betonnen brug met ijzeren hekwerk overstapt, en den bouw van alle kanten eens bezichtigt, en binnengaat, zal daaraan dan ook niet twijfelen; wel zal hij zich afvragen, waarom de geheel, reeds bij den eersten blik, zoo aangenaam aandoet, zoo voldoet. De forsche toren met zijn krachtige spits, een flink model van oud-Hollandsche kracht, staat vast in den zanderigen bodem. Het hooge raam boven den ingang met

zijn flinke posten maakt een statige indruk. De hoogere muren der uitspringende dwarskerk, verbonden met de lichtbeuk van het middenschip, rijzen statig op, en nederig bescheiden leunen de zijbeuken daar tegen aan..Maar dit alles is in zekeren zin heel gewoon, zeer eenvoudig. ’t Is juist deze eenvoud, die zo weldadig aandoet, wijl geen versieringen zijn aangebracht. Geen stoute, verassende spelingen, geen nieuwe verbeteringen aan den ouden stijl. De bouwmeester heeft hier den palm der schoonheid gewonnen door zijn zelfbeheersing. Nog meer treft dit alles, wanneer men de kerk binnentreedt. Reeds achter in de kerk staande, kan men bij het rondogen van het geheel een glimlach niet onderdrukken. Welk een kalmte, welk een sierlijkheid, welk een weldadige, verkwikkende rust ! In een Domkerk als een woud van eiken, de gotische dorpskerk heeft al het frissche, aangename en toch ook krachtige der stille beukenlaan. De gewonen kruisgewelven, door flinke kantige ribben gedeeld en gebonden, de eenvoudige vensters, de ranke maar stevige pijlers met de flink gevormde kapiteelen en voetstukken of basementen, de juist gemeten en fraai gevormde bogen. Zie daar den bouw, zie daar het sierraad ! De lof van den bouwmeester ligt in zijn werk; meer valt hier niet bij te voegen en lange lofredenen bevatten ook niet den meesten lof voor den kunstenaar

De bouwmeester der kerk was de architect A. Tepe van Rijsenburg; aannemers waren de heren H.W. Koelman en P. Leliveld, beiden parochianen. Gedurende de drieendertig jaar sedert dat tijdstip vervlogen, werd door de offervaardigheid van Aaltens Katholieken het inwendige van de kerk met vele nuttige en kunstzinnige geschenken verrijkt. En thans, nu onder ’t huidige bestuur de Centrale verwarming tot stand is gekomen, gewelf en muurvelden met ornamentale en figurale schilderingen zijn verfraaid, nu kan men zeggen dat de bouw is voltooid en Aaltens Katholieken .in het bezit zijn van een bedehuis, Gode ten eere, hunner waardig.

Een der voornaamste grondslagen der gehele kerkbouwsymboliek is de Oriëntatie. Een goed gebouwde kerk moet georiënteerd zijn, d.w.z. zij moet zich in de lengte uitstrekken van het Oosten naar het Westen, en wel zo dat het priesterkoor en het daarbij behoorende hoogaltaar naar het oosten zijn gericht. Vanaf de vroegste tijden gold het als een heilige wet, dat niet slechts de offerende priester, maar ook de mede-offerende geloovigen ten
O o s t e n gekeerd moesten zijn, om daar den opkomenden dageraad, het treffendste beeld van Christus, de Zon der gerechtigheid, te begroeten.. Nog om andere redenen heeft het Oosten voor het Christelijke geloof iets mysterieus, iets aantrekkelijks; naar het Oosten trekken onze droevigste herinneringen en ook onze blijdste verwachtingen.

Treden we nu, met deze beschouwing voor den geest de kerk binnen, dan zal ons duidelijk worden, dan zal ons duidelijk worden, dat zonder de Oriëntatie, van een goed begrepen kerkbouw-symboliek geen sprake kan zijn. In de T o r e n h a l houden we enige oogenblikken stand. Met zware houten deuren van het kerkruim afgesloten, herinnert dit pand aan de V o o r h a l der oud-Christelijke basilieken, waar de nieuwbekeerden, die het H. Doopsel nog niet hadden ontvangen, alsmede de boetelingen, de hun aangewezen plaats hadden. De eikenhouten deuren waren toentertijd vervangen door een doorzichtbaar hekwerk.

Thans gaan we door den middengang de kerk in, en begeven ons aanstonds in Oostelijke richting naar de kruisbeuk. Terloops werpen wij een blik op de gewelven der hooge middenbeuk en zijbeuken, welker met bloemen en loofwerk versierde kappen door kantige ribben worden gedragen. Zij worden geschraagd door in kleur krachtig gehouden schalken, die op hunne beurt op de kapiteelen der ranke maar toch kloeke zuilen hun steunpunt hebben. Men gevoelt het; de kerkschilder heeft hier rekening gehouden met den bouwmeester, en wachtte zich door kwalijk begrepen decoratie de constructie van de bouw op den achtergrond te dringen. Het gewelf hangt niet in de lucht, het wordt gedragen door zuilen een zuiltjes, die door een krachtige kleurzetting ook voor het oog hun draagkracht hebben behouden. ‘k Wensch hier even de aandacht op te vestigen, teneinde aan den kerkschilder, de heer B. Plieger van Groenlo, en ten volle verdiende hulde te doen geworden. Hij maakte in navolging onzer middeleeuwse kerkschilders een ruim en toch niet te druk gebruik van gestyleerd bloem- en loofwerk, en waar dit pas gaf werd dit door figurale schilderingen afgewisseld. Hoe rustig en weldoend is de stemming van ‘t geheel, ondanks de sprekende kleuren, die naast en op elkaar geplaatst, tot haar volle recht komen door het overvloedige en toch getemperde licht, dat langs de vensters der zijbeuken binnenstroomt.
We zijn thans de plek genaderd, welke onder menig opzicht als de meest merkwaardige van den Christelijken tempel mag gelden. Men noemt haar de viering, omdat de lang- en dwarsbalk hier elkaar snijden. Vanaf deze plaats heeft men een goed zicht op het priesterkoor met hoogaltaar, zijaltaren, preekstoel, zangkoor.

In stille bewondering opziende, vraagt het eerst onze aandacht, het nagenoeg levensgroote en rijk versierde
C r u s i f i x of T r i o m f k r u i s, dat zijn traditioneele plaats onder den Triomfboog inneemt. Dit Triomfkruis, aan den ingang van het priesterkoor, beheerscht de geheele kerk en zegt wat zij eigenlijk is: de offerstede van de onbloedige offerande des Nieuwen Verbonds. De vier gekoppelde zuilen, door welke het over de Viering geslagen gewelf geschaagd wordt, verbeelden de vier Evangelisten: Matheus, Marcus, Lucas en Johannes. Op hen steunt, als op vier zuilen de Waarheid, welke door God aan de kerk ter bewaring en verkondiging werd toevertrouwd. En het was een goede gedachte van den kerkschilder, de afbeeldingen der vier Evangelisten op de kappen van het kruisgewelf, dat de Viering overhuift, aan te brengen,, met als sluitstuk een voorstelling van den Heiligen Geest, er op wijzende, hoe deze mannen onder ingeving van den H. Geest hebben geschreven. Als vanzelf valt ons oog op de voorstellingen, geschilderd op de muurvakken van het Noorder en het Zuider transept. Het tafereel aan de Zuidzijde stelt voor de K r u i s v i n d i n g, waarbij de figuur van de H. Helena zeer goed tot zijn recht komt. Het tafereel aan de Noordzijde geeft een voorstelling van de H. Familie, waar de beeltenis der H. Maagd sterker domineert. Door de nauwe betrekking, waarin Maria hierop aarde gestaan heeft tot den mensch geworden zoon Gods, vormt de voorstelling een mooi symbolisch geheel met het daaronder gelegen Maria-kapelletje, en is tevens bedoeld als toonbeeld voor de Christelijke huisgezinnen, vooral nu juist in onze dagen de grondslagen van het familieleven worden aangetast.

Beschouwen we thans het heiligste gedeelte van het kerkgebouw, n.l. het priesterkoor. Het hoogaltaar, het middelpunt van den Katholieken tempel, vraagt als zodanig als eerst onze aandacht. De van zandsteen vervaardigde en rijk bewerkte tombe, is een monumentaal werk van den alom bekenden kerkkunstenaar, den heer W. Mengelberg te Utrecht. Op deze tombe verheft zich de eveneens luistervolle en meesterlijk bewerkte altaarschrijn, in wier midden de Tabernakel, ter bewaring van het H. Sacrament als mede Expositietroon. Het middenstuk van het altaar wordt bekroond met het beeld van den verheerlijkten Zoon Gods, zooals hij zich op den jongsten dag zal openbaren als rechter over levenden en dooden. En als we nu bedenken dat alle parochianen aan dit heerlijke kunstwerk hun penningske hebben bijgedragen, dan mag een woord van warme hulde en dankbaarheid niet achterwege blijven, en legt zij tevens getuigenis af van hunne groote offervaardigheid, waar het geldt de versiering van Gods huis.

De tafereelen der gebrandschilderde glasramen terzijde en achter het hoogaltaar hebben eveneens betrekking op de geschiedenis der Kruisvinding. Het spreekt vanzelf, dat de kerkschilder aan de beschildering der muurvlakten van het priesterkoor zijn beste krachten wijdde, en schilderingen en symbolische voorstellingen aanbracht meest betrekking hebbende op den Zaligmaker en het H. Sacrament.

Voordat wij onze plaats in de Viering gaan verlaten, vestigen wij nog de aandacht op eenige voorname gedeelten der kerkversiering, welke wij van hier al het best in oogenschouw kunnen nemen, n.l. het groote raam in den westelijken gevel, het orgel en den preekstoel.

Veelal bevat het raam boven de hoofdingang, dus aan de Westzijde een voorstelling van het L a a t s t e
O o r d e e l. Dáár kan de ondergaande zon dit treffend schouwspel van den laatsten avond der wereld verlichten en de geloovigen aan de ernstige waarheid herinneren, dat ook voor hen eerlang de laatste avond aanbreekt en de eeuwige nacht, waarin niemand meer werken kan. En waarlijk, wanneer men tegen zonsondergaan vanuit het kerkruim een blik werpt op het torenvenster en ziet hoe daar de Christusfiguur, door het zonlicht beschenen in zijn stralenkrans fonkelt en tintelt, dan gevoelt men dat een glasschildering van het laatste oordeel ook om symbolische redenen op zijn plaats is. Als vanzelf valt ons oog op het zangkoor, en worden wij aanstonds getroffen door de sierlijke en welbegrepen constructie der orgelkasten, die zich ter weerszijden van het torenraam tot in het gewelf verheffen. Het prachtige orgel met zijn welluidende tonen, ook een geschenk van een der parochianen – nu reeds ter ziele – mag evenzeer een kunstwerk genoemd worden, het wordt door een electro-motor van wind voorzien. Fijn van intonatie en met de nieuwste registers voorzien, zal het door vaardige handen bespeeld, ongetwijfeld er toe bijdragen het effect der gewijde zang te verhoogen. Nemen wij thans even den preekstoel in oogenschouw. Volgens de in latere eeuwen algemeen geworden opvatting, kan men zich bijna geen preekstoel denken zonder een: klankbord: zoo ook hier. De ontwerper van dit kunststuk is wederom de heer W. Mengelberg, en mag men gerust zeggen, dat het in zijn soort een kunstjuweel is van den eersten rang, rijk met beeldhouwwerk versierd. Vrij sterk spreken een viertal statuetten, voorstellende onzer Nederlandsche Heiligen en geloofsverkondigers, n.l. de H.H. Willibrordus, Bonifatius, Lebuïnus en Canisius. Een bezichtiging van dezen kansel is alleszins de moeite waard. Ook de eikenhouten zit- en knielbanken verdienen te worden opgemerkt. Het verdienstelijke daarvan is vooral hierin gelegen, dat zij, ondanks den sierlijken vorm, toch maar weinig aandacht trekken. Men behandelt soms deze voorwerpen zoo monumentaal, dat men zou menen dat de kerk voor de banken gebouwd is. Het toenmalige kerkbestuur heeft in dit opzicht een goed voorbeeld gegeven, en zou men deze banken ter navolging mogen aanprijzen.

Terwijl we nu langs het middenpad terugkeren, teneinde het doopvont te bezichtigen, beschouwen we in ’t voorbijgaan nog even de versiering der spitsbogen, waardoor het middenschip met de zijbeuken verbonden. De bogen prijken met een goed gekozen bloemornament, terwijl op de muurvlakken daarboven de voorstellingen zijn aangebracht van verschillende patroon-heiligen, waarvoor men in de parochie een bijzondere voorliefde koesterde. Aan het eind der Noordelijke zijbeuk bevindt zich het doopvont, welke door een kunstig gesmeed hekwerk van het kerkruim is gescheiden. Deze afscheiding van het overige deel van de kerk is niet willekeurig, maar zit ook hierin wederom een symbolische of diepere gedachte, wijl, zolang de exorcismen welke aan het Doopsel vooraf gaan, door den priester nog niet zijn uitgesproken, den doopeling tot het kergebouw is ontzegd. Bijzondere aandacht vragen de kunstig bewerkte kraan, waarmee de tamelijk zware en eveneens sierlijke koperen deksel van de doopvont wordt geheven. Op den rand van dezen koperen deksel zijn de woorden gegraveerd: Ik doop u in de naam des vaders en des Zoons en de Heiligen Geestes.

We kunnen thans onzen tocht besluiten, hoewel er nog veel is op ’t gebied van kerkversiering, wat besproken had kunnen worden. Noemen we slechts de ornamentale banden met zwaar vergulde letteren in Viering en Priesterkoor, alsmede de vele kleine symbolische voorstellingen op de muurvlakken; de bespreking hiervan zou ons te ver voeren.

Schreven we bij den aanvang van dit artikel, dat zonder oriëntatie een goed begrepen symboliek niet bestaanbaar is, met rechtmatigen trots kunnen we van deze kerk zeggen, dat zij in hooge mate aan alle eischen hieraan voldoet; ze is een sierraad voor ons dorp en mag wedijveren met de beste bouwwerken hier in den omtrek.

Aalten, 1 November ‘28 V.

 

 

 

 

 

Pastorale noodwacht
Parochie HH. Paulus en Ludger
06-190 17 292